Steun het NIKI

Ronald de Leeuw, Voormalig Directeur Rijksmuseum

Vriendelijk bedankt voor het overwegen van een gift aan het Nederlands Interuniversitair Kunsthistorisch Instituut in Florence. Vrienden en begunstigers hebben veel invloed op het succesvol ten uitvoer brengen van de missie van het Instituut. De vriendenstichting  verstrekt gaarne informatie over de verschillende manieren om het Instituut te steunen.

Uw gift is doorslaggevend voor het succes van het Instituut om:

  • De onderzoeksfaciliteiten uit te breiden en actueel te houden
  • Financiële ondersteuning te bieden aan voortreffelijke studenten
  • Belangrijke wetenschappelijke en culturele evenementen te organiseren.

Overzicht voorstellen voor NIKI-onderzoeksprojecten en activiteiten waar financiële steun voor nodig is (2010)

A. Middelgrote projecten (onderzoek en digitalisering)

1. Corpus of Art Works Sold in Italy during the Years 1800-1914 (online database)

Context: Er is in Europees verband nog maar weinig gedaan aan een systematische of bijgewerkte inventarisatie van het nationaal of gezamenlijk cultureel erfgoed. Het Instituut is sinds 2006 bezig een Corpus of Art Works Sold in Italy during the Years 1800-1914 samen te stellen. Dit beoogt de genoemde lacune te vullen voor wat betreft de in het openbaar verkochte kunstwerken in Italië, die in een later stadium in openbare en privé-collecties in Italië en elders zijn terechtgekomen. Tijdens het verrichtte onderzoek zijn 632 Italiaanse veilingcatalogi uit 1800-1914 ontdekt, waaronder 259 catalogi die niet in de drie monumentale delen van het Répertoire des catalogues de ventes publiques van Frits Lugt zijn opgenomen. Het totale project betreft ca. 110.000 kunstwerken, waarvan een belangrijk deel van Nederlandse en Vlaamse makelij. Dit is veel meer dan de ca. 10.000 kunstwerken die bij aanvang van dit project werden verwacht.

Doelstelling: Het project resulteert in een online database met een overzicht van de Italiaanse veilingcatalogi vanaf 1800 tot aan de Eerste Wereldoorlog, inclusief alle gegevens van de op de veilingen verkochte schilderijen, beeldhouwwerken, tekeningen, prenten, etc. De online database is een belangrijk nieuw onderzoeksinstrument vormen, waarmee het mogelijk is om informatie over herkomst in te winnen van de grote hoeveelheid kunstwerken. Verder biedt het Corpus waardevolle informatie over talloze verzamelaars en ook voor de veilinghuizen zelf. Het project zal nieuwe kennis opleveren over het cultureel erfgoed van met name Italië, Nederland en België, maar ook van andere landen in de Europese Unie.

Stand van zaken: Het project is op 1 april 2006 van start gegaan en is grotendeels voltooid. Voor de opslag van de gegevensbestanden en de eindredactie is echter additionele financiering benodigd.

Benodigde middelen Totaalbudget: 200.000 euro, geïnvesteerd (2006-2009): circa 150.000 euro, waarvan 2/3 door het Italiaanse Ministerie van Cultuur, Benodigd: 50.000 euro

2. Voltooiing digitalisering fotoarchieven NIKI

Context: Het Instituut beschikt over kunsthistorische fotoarchieven beschikt die van uitzonderlijke waarde zijn voor de bestudering van de 16de, 17de en 18de eeuwse Europese schilderkunst. Het betreft de archieven van Benedict Nicolson, Hermann Voss, Gerhard Ewald en Luigi Magnaguagno. Tussen 2005 en 2008 werd met subsidie van NWO een grootschalig digitaliseringsproject van de fotoarchieven ten uitvoer gebracht. Binnen het kader van het project werd in de korte periode van twee jaar een qua inhoud én omvang volwaardige digital resource gerelealiseerd, 45.000 digitale afbeeldingen omvattend. Het is daarmee het grootste online fotobestand van de Universiteit Utrecht.

Dankzij digitale ontsluiting hebben studenten, docenten,onderzoekers, conservatoren en verzamelaars  wereldwijd toegang tot een uiterst waardevol en doelgericht hulpmiddel voor onderwijs en onderzoek (nikipics.library.uu.nl). Sinds de ingebruikneming van de database zijn meer dan een half miljoen page views geregistreerd

Stand van zaken: Binnen het kader van het door NWO gefinancierde project kon ongeveer 90 % van het op het NIKI beschikbare fotomateriaal worden gedigitaliseerd. Een deel van het Een deel van het archief van de kunsthandelaar Luigi Magaguagno (totale omvang circa 20000 foto’s) kon door de strakke financiering kon niet worden beschreven Aangezien bij het archief van Luigi Magnaguagno het accent op de Nederlandse en Vlaamse schilderkunst ligt is een deel van deze belangrijke collectie onzichtbaar voor de Internetgebruikers. Dat heeft tot gevolg dat een van de sterktepunten van het NIKI onderbelicht blijft. Digitalisering van het resterende deel is niet alleen noodzakelijk  maar ook urgent. In het kader van het NWO project werd een work flow ontwikkeld die optimale garanties biedt in termen van kwaliteit, cost-efficiency en digitale duurzaamheid.  Deze  infrastructuur kan nu nog op resultaatgerichte wijze worden ingezet.

Benodigde middelen Geïnvesteerd (2006-2009): circa 450.000 euro, waarvan ¾ door NWO, Benodigd: 100.000 euro

3. De’ Medici en de Lage Landen: Opdrachten en aankopen vanaf Lorenzo di Bicci tot Maria Luisa de’ Medici

Het Instituut heeft in de afgelopen decennia aangetoond dat het belang van en interesse in kunst uit de Lage Landen in Italië al sinds de vijftiende eeuw niet te onderschatten is. Dat drukt zich onder meer uit in de grote kwantiteit Nederlandse en Vlaamse kunst in Italië en de artistieke uitwisselingen tussen deze landen, die zich in de beeldende kunst manifesteert. Hieraan heeft het Instituut meerdere publicaties en tentoonstellingen gewijd. De’ Medici zijn pioniers op het gebied van de kunsten. Zij nemen kunstenaars in bescherming en in dienst, gebruiken kunst voor propagandadoeleinden en creëren vanaf de vijftiende eeuw één van de grootste en belangrijkste kunstcollecties in Europa. Een onderzoek naar hun opdrachten en aankopen van Nederlandse en Vlaamse kunst zal licht werpen op hun interesse in en waardering van de kunst uit de Lage Landen. Daarnaast zal duidelijk worden in hoeverre De’ Medici een leidende rol hadden in opdrachtgeving en aankopen van deze noorderlijke kunst in Florence en welke andere Florentijnse families hun interesse hierin deelden.

Het onderzoek zal een fascinerend beeld opleveren van de interactie tussen één van de belangrijkste en beroemdste Italiaanse families en het artistieke veld uit de Lage Landen. De resultaten zullen worden verwerkt in een omvangrijke Engelstalige wetenschappelijke publicatie en in een tentoonstelling die in Nederland en Italië zal plaatsvinden.

Inhoud publicatie: Vanuit het oogpunt van de verschillende leiders van de Medici familie in Florence, wordt vanaf de tijd van Giovanni di Bicci de’ Medici, de vader van Cosimo de Oude, tot het overlijden van het laatste lid van de Medici familie, Maria Luisa in 1743, de opdrachtgeving en het aankoopgedrag van de familie van Nederlandse en Vlaamse schilderkunst, grafiek, beeldhouwkunst en wandtapijten in kaart gebracht.

Duur onderzoek: Het plan is het onderzoek tussen januari 2011 en juli 2012 door vier post-doc onderzoekers uit te laten voeren en de wetenschappelijke publicatie eind 2012 op te leveren. Er wordt hierbij vanuit gegaan dat het circa 1,5 jaar duurt om de financiering rond te krijgen en de meest geschikte onderzoekers voor deze opdracht te vinden. De vier onderzoekers zullen elk 2 hoofdstukken van de publicatie voorbereiden, waarbij de inleiding door de directeur van het NIKI zal worden geschreven.

Benodigde middelen Onderzoek en publicatie: 500.000 euro

4. Reception of the Antique in the Netherlands between 1500-1800. Theory and practice in the fine arts and architecture

Sinds het begin van de zestiende eeuw reisden kunstenaars uit de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden naar Italië om vooral in Rome en Florence de overblijfselen van de antieke oudheid en de op de antieke beeldhouwkunst en bouwkunst geïnspireerde werken van Michelangelo en zijn tijdgenoten met eigen ogen te aanschouwen en er van te leren. Dit project beoogt onderzoek op het gebied van de kunstgeschiedenis en architectuurgeschiedenis te stimuleren naar de mate waarin en de wijze waarop kunstenaars, architecten en theoretici uit de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden door hun verblijf in Italië en de bestudering van Italiaanse theoretische geschriften zijn beïnvloed en daarmee de klassieke en Renaissance kunst en bouwkunst en het denken over kunst en bouwkunst in de Nederlanden hebben verspreid.

Duur: 3 jaar

Eindresultaat: bundels (collected essays) te publiceren per eeuw: Vol. 1: de zestiende, Vol. 2: de zeventiende, Vol. 3: de achttiende en Vol 4: de negentiende eeuw.

Benodigde middelen Onderzoek en publicaties: 500.000 euro

B. Individuele projecten

1. The organisation of the painter’s workshop in sixteenth-century Italy                       

Doel van dit promotieonderzoek is het verkrijgen van een beter inzicht in de samenstelling van en werkverdeling in de werkplaatspraktijk van schilders in de zestiende eeuw in Italië. Uitgangspunt is het onderzoeksmateriaal dat de kandidaat in haar doctoraalscriptie heeft gepresenteerd naar het atelier van Vasari met de bedoeling de uitkomsten ervan in vergelijkende perspectief te plaatsen door bestudering van de situatie in andere ateliers.Er is in de literatuur over zestiende-eeuwse schilderswerkplaatsen tot op heden onvoldoende verband gelegd tussen de gegevens die te vinden zijn in contemporaine teksten en bronnen als betalingsgegevens en de uitkomsten van technisch onderzoek. Toeschrijvingen worden voornamelijk gedaan op basis van technisch onderzoek, waardoor – zeker wanneer het kunstwerken betreft uit grote werkplaatsen zoals die van Vasari en Rafael - minder handen worden herkend dan er daadwerkelijk aan hebben meegewerkt.

 Een atelier waarvan de bestudering voor het vervolgonderzoek zeer geschikt is, is dat van Giulio Romano. Net als bij Vasari zijn er van Giulio Romano brieven bewaard gebleven waarin hij zijn werkwijze en de voortgang van zijn werkzaamheden bespreekt met zijn opdrachtgever, in dit geval Ferdinando Gonzaga. Zo schrijft Romano bijvoorbeeld aan Gonzaga dat twee van zijn medewerkers ziek zijn, waardoor hij zelf de kartons zal moeten vervaardigen voor zijn fresco's. Of klaagt hij in een andere brief over de slechte kwaliteit van het uitgevoerde werk door een van zijn leerlingen, waarna hij beweert nooit meer met leerlingen te willen werken. Romano geeft hiermee waarschijnlijk te kennen dat het opleiden van leerlingen niet zijn sterke kant is, maar dat hij tegelijkertijd zeker niet van plan was om al het werk voortaan eigenhandig uit te voeren.

            Een van de te onderzoeken deelonderwerpen is de samenstelling van het atelier. Informatie hierover zal worden gezocht in brieven, mogelijke contracten en betalingen. Daarnaast zal worden gekeken naar de werkverdeling binnen het atelier. Hadden de medewerkers specifieke taken, zoals het mengen van de verf of het schilderen van de grotesken? Waren er ook mogelijkheden om te 'promoveren' als assistent, of was dit voor leerlingen weggelegd binnen een opdracht. En waren de verfmengers wel de jonge medewerkers, zoals zo vaak wordt aangenomen?  Ook hiervoor zijn de betalingen, brieven en contracten van groot belang.

            Een ander deelonderwerp is de receptie van kunstwerken die door dit soort grote ateliers werden vervaardigd.            Onderdeel van de receptiegeschiedenis is de waardering voor de 'hand van de meester'. Hierbij zal de aandacht gericht zijn op de overgebleven contracten, waarin regelmatig gespecificeerd staat hoeveel de meester met zijn eigen hand moet gaan schilderen. Bijvoorbeeld, in het contract met Vasari voor de beschildering van de koepel van de Dom van Florence wordt gespecificeerd hoeveel assistenten hij zal inhuren en wat hun specifieke taak zal zijn.

            Het onderzoek richt zich voornamelijk op geschreven bronnen. De gegevens die daaruit voortkomen zullen in verband worden gebracht met de gegevens die bekend zijn uit het technisch onderzoek naar de tekeningen en schilderingen uit de grote werkplaatsen om beter inzicht te krijgen in de samenstelling van en werkverdeling in grote Italiaanse schildersateliers in de zestiende eeuw.

Vorm: promotie.

Duur: 3-4 jaar

Benodigde middelen: 200.000 euro

2. Overzicht van Vlaamse tapijten in openbaar bezit in de regio Piemonte en Liguria

Het onderzoek beoogt de nog aanwezige Vlaamse en Noord-Nederlandse tapijten in openbare collecties in Italië te inventariseren en toegankelijk te maken voor specialisten van de tapijtkunst en van gerelateerde gebieden binnen de kunstgeschiedenis, zoals de tekenkunst. Onder Vlaamse tapijten worden in dit kader verstaan zowel de tapijten die vanuit Vlaanderen in Italië werden geïmporteerd, als die door Vlamingen ontworpen en/of geweven in Italië, en nauw ermee samenhangend de in Noord-Nederland, meestal door uit Vlaanderen afkomstige wevers geweven tapijten.

Doel van het project is de tapijten in kunsthistorische zin te documenteren en wetenschappelijk te ordenen, met aandacht voor gegevens over productie, herkomst en andere aspecten, om zo de basis te leggen voor verdere studies op (kunst)historisch gebied. Het onderzoek betreft vooralsnog de twee regio’s Piemonte en Liguria met een paar honderd tapijten, waarvan een belangrijk deel zo niet onbekend, dan toch buiten de gangbare vakliteratuur is gebleven. Bij de uitvoering van het onderzoek wordt onder andere samengewerkt met het Centre de la Tapisserie Bruxelloise te Brussel en internationale specialisten (o.a. universiteit Leuven, prof. Koen Brosens).

Financiering tot nu toe  op onkostenbasis met eigen middelen.

            Voorbereiding van het boek over Piemonte is in vergevorderd stadium en indien voldoende middelen beschikbaar zijn kan eind 2010 het onderzoek worden afgerond en in boekvorm worden gepubliceerd.

Benodigde middelen: 40.000 euro

C. Geplande publieke activiteiten voor 2010 (waarvoor nog geen steun is ontvangen)

1. Internationaal symposium: Maso Finiguerra as a draughtsman. Aspects of drawing pratice in the Renaissance Florentine workshop.

Locatie: NIKI, (planning: 2 dagen, oktober 2010)

Benodigde middelen: 7000,00 euro

2. Extra geld voor Beurzen, Fellowships en Promotieplaatsen

In de afgelopen jaren zijn enkele belangrijke beursmogelijkheden verdwenen om bij het NIKI te verblijven, waaronder de NUFFIC-beurzen van € 408,00 per maand (maximaal 12 maanden) en de NWO reisvergoedingen voor onderzoek in het buitenland (maximaal 3 maanden). Het NIKI hoopt deze weggevallen mogelijkheden op te vangen door financiering te zoeken om de beurzen en stipendia van het GWO-Fonds te verdubbelen. Daarmee zouden er in ieder geval meer opties voor studenten, net afgestudeerden en promovendi worden geboden. Het NIKI heeft echter niet alleen de ambitie om deze huidige tekortkomingen te compenseren, maar ook om meer internationale (jonge) toponderzoekers uit de Verenigde Staten, Duitsland, Frankrijk en Engeland tijdelijk (2-3 maanden) aan zich te binden. De aanwezigheid van buitenlandse fellows vergroot het internationale allure van het Instituut en wordt door gasten, met name Nederlandse studenten en onderzoekers, als zeer stimulerend ervaren (fellows dienden een presentatie van hun onderzoek te geven). Vandaar dat het Instituut meer reisvergoedingen, fellowships en promotieplaatsen wil kunnen aanbieden.

3. Medewerker communicatie

Met het ontplooien van activiteiten, zoals internationale seminars, lezingen, symposia, debatten, excursies, onderzoeksprojecten, boekpresentaties, documentaires, medewerking verlenen aan externe tentoonstellingen, verzorgen van een Nieuwsbrief, onderhouden informatiepunten op de Hogescholen voor de Kunsten in Nederland werkt het Instituut aan de vergroting van zijn zichtbaarheid op nationaal en internationaal niveau. Voor het efficiënt kunnen onderhouden en uitbreiden van het netwerk en de eigen website is dringend behoefte aan een communicatie medewerker (0,5 fte).

 

U kunt nu uw jaarlijkse gift online aan de Vrienden van het Nederlands Kunsthistorisch Instituut in Florence overmaken. Als u liever telefonisch uw jaarlijkse bijdrage stort, of vragen heeft over uw gift, kunt u contact opnemen met Saskia Baatenburg (secretaris) per telefoon: + 31 71 5237125 of per e-mail: saskiabaatenburg@hotmail.com

Stichting Vrienden van het Nederlands Kunsthistorisch Instituut in Florence  is aangemerkt als Algemeen Nut Beoogende Instelling waarvoor een vrijstelling van successie - en schenkingsrecht geldt. Voor donateurs betekend de ANBI status dat giften wanneer aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan in aanmerking komen voor aftrek van de Nederlandse inkomstenbelasting.